De weg van de vogel

100504-1052x

Als een vogel precies kon zeggen wat hij zingt, waarom hij zingt en wat het in hem is dat zingt, zou hij niet meer zingen

P.Valéry

(Franse dichter, essayist en filosoof 1871 – 1945)

 De vleugels uitgestrekt, de wind die er onder blaast, eindeloos zweven boven zandvlakten en bos, geen weg te zoeken, alleen het hart te volgen dat onder een veren dek tijdloos klopt, in de top van een boom het huis gemaakt van restanten op de grond, takjes, mos, wat dons van een konijn, het nest waait mee in de wind en leert de eieren al deinen, nooit tegen de wind in vliegen, dat betekent de eigen dood, altijd wind mee, altijd wachten tot de wind de juiste richting kiest, in de takken schuilen als de nacht invalt, en dan voor de eerste zonnestralen de wereld verlichten, een lied zingen zonder doel, zonder reden, zonder publiek, omdat de vogel zingen kan, van lage tonen naar hoge tonen, steeds weer verder zingt de vogel, boven de boomtoppen uit, dwalen zijn tonen het luchtruim in, worden meegenomen door de wind en dwarrelen neer, wie ooit de vogels heeft horen zingen zal er altijd naar verlangen, het lied opnieuw te horen, opnieuw, opnieuw en opnieuw, omdat het gezang het hart meeneemt naar het zweven door de lucht, omdat het de ziel voor even laat vliegen zonder richting, omdat het verlangen naar dat zorgeloos fluiten wordt gewekt, dat ongerichte leven dat zich nergens op richt maar er toch is, er altijd zal zijn, zo strijkt de ziel even neer tussen de vleugels van een vogel, laat zich meevoeren van tak naar tak, van boom naar boom, van windvlaag naar windvlaag, zingt uit volle borst en valt voor even samen met de onmetelijke ruimte van het bestaan, een vogel brengt zo de hemel naar beneden in zijn eenvoudige ochtendzang, zonder dat hij het weet, zonder dat hij er naar verlangt, zonder dat hij er op gericht is, zingt hij de hemel naar beneden.

de hoop van het niet-weten

‘Komt er nu een derde wereldoorlog?’ vroeg mijn dochter een paar dagen nadat Trump de verkiezingen had gewonnen.

Ik was even stil.

‘Nee, nu niet,’ zei ik,  en dacht snel na, ik wilde haar een eerlijk antwoord geven, die vraag had ook door mijn hoofd gespookt en in de media was er hier en daar zelfs al over gespeculeerd, ze keek mij ongeduldig aan, ik moest snel antwoord geven wilde ze mijn antwoord nog geloofwaardig vinden, ‘ we weten het niet,’  zei ik snel, ‘niemand weet wanneer er een oorlog komt, begint of eindigt.’

Het niet-weten gaf een opluchting. Dat wat ik snel even had gezegd, gaf ineens heel veel ruimte. Ik hoefde geen antwoord te geven. Ik wist het antwoord niet.

Misschien zo dacht ik even later toen zij al weer buiten aan het spelen was, ligt in het niet-weten ook de mogelijkheid om ons een houding te geven ten opzichte van de ontwikkeling in de wereld. Niet een niet-weten van de kop in het zand, maar een niet-weten waarin dus ook nog het tegenovergestelde mogelijk is.

Waarin het doemscenario zoals dat de afgelopen tijd herhaaldelijk over ons is afgekondigd niet per definitie al gewonnen heeft, waarin we niet fatalistisch ons lot hoeven af te wachten, waarin we niet bang hoeven te zijn maar deze angst juist omzetten in mogelijkheden. In perspectief.

Het Institute for Advanced Study in Princeton (waar Robbert Dijkgraaf de scepter zwaait – bekend van DWDD colleges) is niet zozeer fascinerend om de grote denkers die er hebben gezeteld zoals Albert Einstein en Kurt Gödel maar vooral om de tijd en ruimte die er aan wetenschappers wordt gegeven om tot nieuwe inzichten te komen. Ze mogen er zoveel boswandelingen maken als ze willen, ze mogen lanterfanten, muziek maken. Er zijn geen verwachtingen, niemand wordt ergens op afgerekend. Er is een vrije ontdekkingsruimte waar ze als spelende kinderen samen zijn.

Het zijn immers de momenten van vrije ruimte waarin nieuwe inzichten opborrelen en er nieuwe ontdekkingen worden gedaan. Het is met andere woorden de hoop van het niet-weten die tot grote ontdekkingen en nieuwe wereldbeelden leiden.

Misschien kunnen we zelf een kleine Princeton met ons meedragen en het niet-weten omarmen. Door stil te vallen, boswandelingen te maken, door te lanterfanten, door samen te zijn en te praten zonder dat we van tevoren al hebben bepaald wat het doel of de uitkomst van het gesprek zou moeten zijn. Misschien dat we zo zonder dat we het weten een nieuwe weg in slaan, een weg richting begrip, vrede en hoop in plaats van weerstand, destructie en chaos.

We hoeven daarvoor niet te wachten op wat de huidige of toekomstige wereldleiders te zeggen hebben of welke berichten ons via de media bereiken. We kunnen daarvoor zelf in actie komen.

Door ons zelf de ruimte te geven om te ‘spelen’, ons niet te laten verstrikken in het idee dat de wereld gekanteld is en de toekomst al bepaald.

We kunnen namelijk ieder moment van de dag onze eigen vrije ruimte innemen, het niet-weten omarmen, vertrouwen op wat het zal brengen en zo wellicht zonder dat we het weten de toekomst mede vorm geven.